Je krijgt een fictieve museumopdracht: geef drie bestaande werken een plek in een kleine zaal over water. Lees de aanwijzing, kies eerst zelf en open daarna de uitleg. Je hebt geen afbeelding nodig. De opdracht is bedacht; de objectgegevens hieronder komen van The Met.
Drie leesopdrachten en een slotkeuze. Kies hardop of op papier en open daarna de uitleg, of gebruik de keuzeknoppen voor directe uitleg. Je mag altijd opnieuw kiezen; er is geen straf voor fouten. Je gebruikt geen filmrollen en krijgt geen XP. De knopkeuzes blijven alleen op deze geopende pagina staan en verdwijnen bij herladen of sluiten; ze worden niet opgeslagen.
Johannes Vermeer, Jonge vrouw met waterkan, ca. 1662. Olieverf op doek. Een vrouw staat bij een raam met een kan en bekken.
Wat benoemt het soort kunstwerk, in plaats van iets dat erop staat?
A. Olieverf op doek maakt dit een schilderij. B past niet bij het opgegeven materiaal. C is een afgebeeld voorwerp, geen antwoord op het soort kunstwerk. Ca. 1662 valt in de 17e eeuw.
Leerdoel: Onderscheid maken tussen een kunstwerk en het onderwerp dat erop staat.
Bron: The Met · object 437881 · 11 september 2026
Katsushika Hokusai, De Grote Golf, ca. 1830–32. Japan. Houtsnede: inkt en kleur op papier. Fuji is klein weergegeven onder de grote golf.
Welke collectiekaart klopt met deze aanwijzingen?
B. Een houtsnede is een prent; kleur maakt er geen schilderij van. A verwart kleur met techniek. C heeft de techniek goed maar de eeuw fout: 1830–32 ligt in de 19e eeuw.
Leerdoel: Een materiaal-/techniekaanwijzing combineren met een datering.
Bron: The Met · object 45434 · 11 september 2026
Emanuel Leutze, Washington Crossing the Delaware, 1851. Olieverf op doek. Het werk verbeeldt een episode uit de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd.
Welke gevolgtrekking kun je met deze kaart onderbouwen?
A. 1851 dateert het schilderij. B verwart maakdatum met gebeurtenisdatum. C vraagt bewijs van ooggetuigenschap dat deze kaart niet geeft. Een voorstelling is geen bewijs dat de maker erbij was.
Leerdoel: Maakdatum, afgebeelde gebeurtenis en bewijs voor een bewering uit elkaar houden.
Bron: The Met · object 11417 · 11 september 2026
Je zaalgenoot zegt: “In alle drie komt water voor, dus ze zijn op dezelfde manier en in dezelfde tijd gemaakt.” Kies: A. Dat volgt uit het onderwerp. B. Dat volgt niet uit het onderwerp. C. Dat weten we pas als we meer spelpunten hebben.
B. Vermeer en Leutze zijn schilderijen; Hokusai is een prent. Vermeer is 17e-eeuws, de andere twee zijn 19e-eeuws. Het gedeelde motief bepaalt techniek en tijd dus niet. C verwart spelpunten met bronbewijs. Eigen interpretatie: je kunt de zaal ordenen als dagelijks gebruik, natuurkracht en oversteek, maar onderbouw ook gerust een andere indeling.
Jouw zaaltitel: bedenk een titel en onderbouw die met één gegeven uit elk werk. Scheid brongegevens van jouw eigen interpretatie.
Vrijwillige leesreeks bij drie bestaande collectiekaarten; geen aparte spelronde. De gewone dagselectie blijft werken zoals voorheen.
Elke dag hangt er voor iedereen hetzelfde werk in de museumzaal — geen server, de kalender kiest. Draai tegels om, maar spaar je scherpte: bij elke onthulde tegel na de derde zakt je scorebudget. Beantwoord dan de drie expeditievragen: waar, wanneer en wat.
De streek kan de oorsprong of de afgebeelde plaats zijn; het is niet automatisch het geboorteland van de maker. De kalender gebruikt je lokale datum, ook rond zomer- en wintertijd.
Zonder beeld krijg je na 1, 3, 5 en 7 onthulde tegels tekstaanwijzingen uit de collectiekaart. De extra XP van de dagronde gelden eenmaal per dag; opnieuw spelen levert de gewone oefen-XP. Een nog niet gedraaide dagbonus blijft bewaard als je van tab wisselt of herlaadt.
Goede antwoorden leveren XP (je carrière groeit van Amateur naar Wereldberoemd) en filmrollen voor hulpmiddelen. Elk werk dat je volledig herkent, hangt daarna in je museum, met het verhaal erachter. Met ‘Terug naar je expeditie’ of Esc ga je verder waar je was.
Eerlijkheidsbeloften: geen neptimers; een gemiste dag pakt nooit iets af — expeditiedagen tellen alleen op; de wielkansen op het scherm zijn exact de kansen in de code. Alle kunstwerken zijn publiek domein (CC0, The Met Open Access); bron en licentie staan bij elk werk in je museum.