Ruimte: planeten, maan en zon
Planeten, manen en kleinere hemellichamen delen ons zonnestelsel. Hieronder staan twaalf onderwerpen met telkens twee korte feiten en de NASA-pagina waar ze vandaan komen.
Het kaartspel om deze werelden te verkennen komt binnenkort online. Tot dan lees je hier alle kaarten met hun bron.
Mercurius
Een jaar duurt hier 88 aardse dagen.
Mercurius staat het dichtst bij de zon, maar Venus is heter.
Venus
Venus is de heetste planeet van ons zonnestelsel.
Haar dichte atmosfeer houdt warmte vast.
Aarde
Oceanen bedekken ongeveer 71% van het aardoppervlak.
Het grootste deel van de vulkanische activiteit op aarde vindt onder de oceanen plaats.
Mars
Roestige ijzermineralen geven Mars zijn roodachtige kleur.
De rode kleur is een chemische aanwijzing, geen teken van hitte.
Jupiter
Jupiter draait in ongeveer tien uur om zijn as.
De snelle draaiing helpt wolkenbanden vormen.
Saturnus
Saturnus’ ringen bevatten ontelbare stukken ijs en gesteente.
De ringen zijn losse deeltjes, geen vaste hoepels.
Uranus
Uranus draait bijna op zijn zij.
Die extreme helling zorgt voor bijzondere seizoenen.
Neptunus
Neptunus heeft buitengewoon sterke winden.
Winden kunnen ongeveer 2.000 kilometer per uur bereiken.
Maan
De maan keert altijd ongeveer dezelfde kant naar de aarde.
Ook de achterkant krijgt zonlicht.
Planetoïden
De meeste bekende planetoïden draaien tussen Mars en Jupiter.
Sommige delen de baan van een planeet: de Trojanen.
Kometen
Een komeet kan een stofstaart en een ionenstaart vormen.
Zonlicht en zonnewind duwen materiaal van de zon weg.
Zon
Kernfusie levert energie in de zonnekern.
De kern bereikt ongeveer 15 miljoen graden Celsius.